Het grootste taboe uit het amateurvoetbal: dit verdienen de spelers echt. “Nog tien jaar sjotten en huis is afbetaald”

De spelers laten inleveren. Dat is wat vele amateurvoetbalclubs van plan zijn nu het water hen aan de lippen staat, zo blijkt uit het dossier Amateurvoetbal dat u deze week in het nieuwsblad kon lezen. Over die spelersvergoedingen doen de wildste verhalen de ronde: dat er meer onder dan boven tafel betaald wordt. Dat al wie een beetje kan voetballen geld als slijk binnenrijft. Wij vroegen de spelers zelf hoe het er écht aan toegaat, van de hoogste tot de laagste categorie. “Nog tien jaar sjotten en het huis is afbetaald.”

Als er in het amateurvoetbal iets is waarover nóóit openlijk wordt gepraat, dan wel hoeveel de spelers precies verdienen. Zelfs niet in de kleedkamer. “Ik ga u iets vertellen wat mijn beste kameraad in de ploeg zelfs niet weet”, vertrouwt een speler ons toe. “Dat zou enkel voor jaloezie en achterklap zorgen. Dus iedereen zwijgt er over.” Zodra de anonimiteit verzekerd wordt, komen de tongen wel los. Een speler uit vierde provinciale – het laagste niveau – getuigt dat hij 140 euro krijgt voor een gewonnen match, en de helft voor een gelijkspel. “En daar gaat nog eens 33 procent belastingen af. Vetpotten zijn het dus niet, maar het is wel mooi zakgeld. Na de match verteer je ook wel wat in de kantine.”

Naarmate het niveau stijgt, gaan ook de vergoedingen omhoog: in tweede provinciale kan een gewonnen match al 200 à 250 euro opleveren, in eerste provinciale gaat het al naar 325 en wie in de landelijke afdelingen uitkomt, krijgt bovenop die winstpremies vaak nog een vaste maandelijkse vergoeding. In eerste amateur – het niveau net onder de profclubs dus – vertelt iemand dat hij elke maand 1.300 euro netto krijgt en bij een gewonnen match nog eens 500 euro verdient.

Elk jaar opnieuw onderhandelen de spelers hun voorwaarden. “Een lang contract van meerdere seizoenen, dat komt in de amateurreeksen echt maar heel zelden voor”, zegt een speler die in eerste provinciale speelt. “Elk seizoen moet je dus over je vergoeding gaan praten met de club. Vroeger was je ongeveer tot Kerstmis gerust, maar nu beginnen die besprekingen eind oktober al. Als je vijf goeie matchen gespeeld hebt, bellen de concurrenten. Echt alles is dan bespreekbaar.”

Tankkaart en babyborrel van de club

Want naast een winstpremie kun je ook zoveel andere dingen vragen. “Een tankkaart, bijvoorbeeld, drie paar voetbalschoenen, je scheenbeschermers, een onkostenvergoeding voor je verplaatsing… Het komt allemaal op tafel”, zegt een speler die in eerste provinciale uitkomt. “Maar om je te overtuigen om meteen te tekenen, zwaaien voorzitters soms echt met grote sommen: het zogenoemde tekengeld. 1.000 euro, 5.000 euro, 10.000 euro, 20.000 euro… Ik heb bij één transfer eens 5.000 gekregen, in een envelopje.”

Maar het hoeft niet altijd cash te zijn. “Het bedrijf van de voorzitter deed in ramen en deuren, dan krijgt een nieuwe speler al eens een porte-fenêtre of twee veluxen cadeau.” Andere spelers noemen andere voordelen: een halve keuken of een babyborrel voor het kindje van een nieuwe spits, volledig op kosten van de club. Voorzitters zijn creatief om de speler van hun voorkeur te overtuigen.

Waar zowat alle stemmen het wel eens over zijn, is dat er tegenwoordig veel minder in het zwart wordt betaald. Dat heeft alles te maken met het offensief dat de fiscus enkele jaren geleden startte tegen zwart geld in het amateurvoetbal. En dus moeten spelers ouder dan 26 jaar nu nog 33 procent op hun premies betalen, jongeren krijgen een tarief van 16,5 procent. Maar dat wil niet zeggen dat zwart geld volledig verdwenen is. “De belastingen die ik moet betalen, krijg ik nadien terug van de club”, zegt een ervaren speler in eerste provinciale. “325 euro is dus bruto én netto bij mij. Of dat zwart geld is? Als jij dat zo wil noemen…”

Valies met 20 enveloppen

Hoewel de genoemde bedragen aanzienlijk zijn, zijn de spelers het erover eens dat het vet wat van de soep is. “Alles samen heb ik per seizoen tegenwoordig nog zo’n 10.000 euro over”, vertelt een speler uit tweede amateur, die stilaan aan stoppen denkt. “Tien jaar geleden speelde ik op hetzelfde niveau voor dubbel zoveel.” Een keeper uit eerste amateur vertelt hoe vroeger het geld écht nog uit de lucht kwam vallen in wat toen derde klasse was. “Ik was een jeugdspeler die voor het eerste elftal zou uitkomen en moest bij de voorzitter langsgaan om mijn contract te bespreken. Hij nam een blad, schreef er wat bedragen op en schoof het me toe. Maar op de achterkant stonden andere getallen: het dubbele van wat ik zou krijgen. Waarschijnlijk was dat voor een andere, meer ervaren speler. Ik ben toen met die cijfers naar de boekhouder van de club gestapt en hij betaalde me dat probleemloos uit. Zoveel geld was er toen.”

Die grote uitbetalingen gebeurden destijds vaak onder tafel. Zo getuigt een speler hoe hij elke derde donderdag van de maand naar het café moest komen om zijn geld. “In een achterafzaaltje zat de boekhouder met een valies op tafel. Daarin zat een twintigtal enveloppen met telkens 800 a 900 euro in. Het witte gedeelte werd dan de eerste dag van de maand overgeschreven.”

Ook in de laagste afdelingen gooiden de voorzitters met geld en voordelen. “Ooit had ik een weekendje geboekt toen we de eindronde moesten spelen in vierde provinciale”, vertelt een speler. “De voorzitter had mij écht nodig, zei hij, en hij overtuigde me om toch thuis te blijven en te spelen. Hij betaalde het geboekte weekend terug en deed er een vakantie in een hotel van een sponsor bovenop. Jammer voor de voorzitter, maar we hebben die wedstrijd heel zwaar verloren.”

Begonnen en geëindigd met gin-tonic

Voorzitters komen ook nu nog in kleedkamers met een extraatje, zeker als de club zou kunnen promoveren. Zo vertelt een speler uit tweede amateur over zijn voorzitter: “Kijk, hier is 5.000 euro als jullie winnen, zei hij. Je doet ermee wat je wil. Verdeel je ’t onder elkaar, goed. Ga je samen feesten? Net zo goed. We wonnen en we zijn er inderdaad goed mee gaan eten en drinken. 5.000 euro is veel geld, maar we zijn begonnen met gin-tonic en we hebben ook afgesloten met gin-tonic (lacht).” Ook dubbele premies komen nog geregeld voor. “Maar of dat zo goed motiveert?”, zegt een ex-profspeler die nu in een lagere reeks uitkomt. “Ik heb het vier keer meegemaakt: twee keer gewonnen, twee keer verloren.”

“Wij hoeven niet zo nodig te promoveren”, vertelt een voorzitter uit derde provinciale. “Hoger zouden we veel vaker verliezen; in derde zitten we eigenlijk wel goed. Daarom werken we met een ander systeem, waardoor we onze uitgaven ook vrij goed onder controle houden. Tot 40 punten betalen we bijvoorbeeld 50, 60, 70 euro per gewonnen punt. Met zo’n score zullen we niet degraderen, maar gaan spelers ook niet het hele seizoen tot het uiterste. Voor hen is het ook interessant: zij rekenen uit hoeveel ze op een seizoen zullen verdienen en als dat voldoende is, tekenen ze bij ons. Die spelers weten echt wel hoe het spelletje werkt, hoor.”

Dat zorgt natuurlijk voor allerlei gekke sprongen in de laatste maanden van het seizoen. “Vaak zie je dat voorzitters niet willen promoveren, maar de trainer wel. Die laatste vliegt dan meestal snel buiten”, zegt een voetballer uit eerste provinciale. “Wij moesten ooit een wedstrijd verliezen, zodat we zeker niet zouden overgaan. Maar onze tegenstander wou ook verliezen. Je had die match moeten zien: ballen die zij gewoon binnenlieten, wij die per ongeluk nog een doelpunt tegenhielden. Te gek voor woorden, maar we waren wél gekwalificeerd voor de eindronde. Omdat de voorzitter die matchen niet wou betalen, zijn onze beste spelers ook niet meer komen opdagen. Frustrerend, als je als jonge speler gewoon wil winnen.”

Bijna afbetaald

Wat spoken die voetballers uit met dat geld? Het cliché luidt dat veel spelers hun huis konden afbetalen met dat voetbalgeld. “Maar eerlijk: ik heb in de eerste jaren van mijn carrière enorm veel geld uitgegeven op café en in het uitgaansleven”, zegt een speler uit eerste amateur. “Pas toen ik 28 was, ben ik beginnen te sparen voor een huis. Al heb ik toen ook wel een BMW gekocht”, lacht hij. Een eersteprovincialer die al 12 jaar geld verdient met het voetbal, stak zijn spaarcenten in zijn huis. “Een derde van de waarde van het huis is betaald met voetbalgeld, ja. In mijn beste jaren woonde ik nog bij mijn ouders waar ik 300 euro kosten moest betalen. Maar ik verdiende een loon als leraar en kreeg nog eens zo’n 2.000 euro per maand van het voetbal. Dan kan je én uitgaan én iets opzijzetten, hé.”

Ook in hogere reeksen lijkt het vastgoedcliché te kloppen. “Het voetbal betaalt letterlijk mijn woning af”, zegt een speler uit eerste amateur. Hij verdient gemiddeld zo’n 2.200 netto aan het voetbal. “Als ik nog tien jaar met dit loonbriefje kan doorgaan, dan is het huis helemaal van mij. Ik reken er dus zeker op.” Maar wie geen vaste maandelijkse vergoeding heeft, gaat beter geen lening aan op basis van wat winstpremies, vindt een andere eersteprovincialer. “Je voet omslaan, of een langdurige blessure en je bent je inkomsten meteen kwijt. Zoals dat nu ook met corona het geval is.”

“En toch vind ik tienduizend euro per jaar niet overdreven voor wat wij doen”, zegt een speler uit tweede amateur. Wij trainen vier keer per week, in weer en wind, en spelen nog een match in het weekend. Daarnaast geef ik ook nog training aan de jeugd. Tel die uren eens op en vergelijk dat met een bijverdienste in een frituur.”

Bak bier en een curryworst

Komt er ooit amateurvoetbal met gelimiteerde vergoedingen? Nu de coronacrisis zijn tol eist en de budgetten meer en meer onder druk staan, pleit onder anderen sporteconoom Trudo Dejonghe daarvoor. Ook in vele bestuurskamers woedt het debat. Maar de spelers die wij spraken, zouden in elk geval minder tijd besteden aan hun hobby. “Ik ben onlangs veranderd van ploeg om dichter bij huis te kunnen spelen en maar twee keer te moeten trainen per week. Stel dat daar financieel amper nog iets tegenover staat, zou ik op zondag nog wel gaan voetballen met mijn vrienden, maar meer ook niet.” Spelers denken dat het niveau, ook in het professionele voetbal, fors zou dalen. “Veel jongeren kunnen in lagere reeksen spelen en worden later nog opgepikt door profclubs”, zegt iemand die al 20 jaar betaald voetbal speelt in eerste amateur. “Maar als er in het amateurvoetbal geen geld meer zou omgaan, wordt er veel minder getraind en daardoor zou het niveau echt dalen. Veel mensen verwarren ons met cafévoetbal, maar dat is het écht niet hoor.”

“Ik heb het me al vaak afgevraagd”, zegt een voorzitter van een Antwerpse club uit derde provinciale. “Zouden ze hier ook staan als ik na de match een bak bier klaarzet en wat frieten en een curryworst? Het zou mijn werk alleszins makkelijker maken, maar ik vrees er echt voor.”

Zoveel verdienen zij

Eerste amateur

(vroegere derde klasse)

Stijn

Trainen: 4 à 5 keer per week

Vast maandloon: 1.300 euro netto

Winst: 500 euro netto

Gelijkspel: 170 euro netto

Verlies: 0 euro

Beroep: bediende

Tweede amateur

(vroegere vierde klasse)

David*

Trainen: 3 keer per week

Vast maandloon: 900 euro bruto

Winst: 450 euro bruto

Gelijkspel: 150 euro bruto

Verlies: 0 euro

Tekenpremie: 3.000 euro in het zwart

Beroep: leraar

Derde amateur

(nieuwe afdeling, was vroeger ook vierde klasse)

Karim*

Trainen: 3 keer per week

Premie: 300 euro netto per gespeelde wedstrijd, winst of verlies maakt niet uit.

Beroep: verkoper

Eerste provinciale

Gert*

Trainen: 2 keer per week

Winst: 325 euro bruto*

Gelijkspel: 160 euro bruto*

Verlies: 0 euro

Extra’s: twee paar voetbalschoenen

Beroep: winkelbediende

*In het zwart wordt de 33 procent

belastingen op het loon

terugbetaald

Tweede provinciale

Olivier*

Trainen: 2 keer per week

Winst: 250 euro bruto

Gelijkspel: 110 euro bruto

Verlies: 50 euro bruto

Beroep: leraar

Derde provinciale

Wim*

Trainen: 2 keer per week

Winst: 180 euro netto

Gelijkspel: 90 euro netto

Verlies: 0 euro

Beroep: bankbediende

Vierde provinciale

Michiel*

Trainen: twee keer per week

Winst: 140 euro bruto

Gelijkspel: 70 euro bruto

Verlies: 0 euro

Beroep: schilder

* De gebruikte namen zijn fictief